Dieptes en brughoogtes

Dieptes en brughoogtes zijn belangrijke aspecten om rekening mee te houden bij het varen met een klein schip. Ze bepalen namelijk of je ergens wel of niet kunt varen, en of je onder een brug door kunt of niet. In dit artikel leggen we uit hoe je dieptes en brughoogtes kunt aflezen, meten en berekenen.

Dieptes

Dieptes aflezen

De diepte van het water wordt meestal aangegeven op de waterkaart of op borden langs de vaarweg. Op de waterkaart wordt de diepte aangegeven in meters of decimeters, bekijk dit voor je het water op gaat. Een cijfer geeft de gemiddelde diepte aan op die plek, bijvoorbeeld 4 betekent 4 meter. Een getallenreeks geeft de minimale en maximale diepte aan op die plek, bijvoorbeeld 3-5 betekent dat de diepte varieert tussen 3 en 5 meter. Soms wordt er ook een symbool gebruikt om de diepte aan te geven, zoals een anker voor een ankerplaats of een golfje voor ondiep water.

Op borden langs de vaarweg wordt de diepte meestal aangegeven in decimeters, met een wit cijfer op een blauwe achtergrond. Dit cijfer geeft de actuele diepte aan op die plek, die kan afwijken van de waterkaart door bijvoorbeeld eb en vloed, droogte of regenval. Het is daarom belangrijk om altijd de borden te volgen en niet alleen op de waterkaart te vertrouwen.

Dieptes meten Als je de diepte niet kunt aflezen op de waterkaart of op borden, kun je de diepte ook zelf meten met een dieptemeter. Een dieptemeter is een apparaat dat de diepte meet door middel van geluidsgolven. De dieptemeter zendt een geluidssignaal uit naar de bodem en vangt het signaal weer op als het terugkaatst. Aan de hand van de tijd die het signaal nodig heeft om heen en weer te gaan, berekent de dieptemeter de afstand tot de bodem. De dieptemeter geeft de diepte weer op een scherm of een wijzerplaat, meestal in meters of voeten.

Diepte meter

Een dieptemeter is een handig hulpmiddel om te voorkomen dat je vastloopt of schade oploopt door een te lage waterstand. Het is echter geen garantie dat je overal kunt varen, want de dieptemeter meet alleen de diepte onder je schip en niet voor of naast je schip. Bovendien kan de diepte snel veranderen door stroming, wind of andere factoren. Het is daarom verstandig om altijd goed op te letten en je vaargedrag aan te passen aan de omstandigheden.

Brughoogtes

Brughoogtes aflezen De hoogte van een brug wordt meestal aangegeven op de waterkaart of op borden bij de brug. Op de waterkaart wordt de hoogte aangegeven in meters, met een cijfer of een getallenreeks. Een cijfer geeft de vaste hoogte aan van de brug, bijvoorbeeld 6 betekent 6 meter. Een getallenreeks geeft de variabele hoogte aan van de brug, bijvoorbeeld 4-6 betekent dat de hoogte varieert tussen 4 en 6 meter. Dit kan komen doordat de brug beweegbaar is, zoals een ophaalbrug of een draaibrug, of doordat de waterstand verandert, zoals bij een getijdenbrug.

Op borden bij de brug wordt de hoogte meestal aangegeven in decimeters, met een wit cijfer op een rode achtergrond. Dit cijfer geeft de actuele hoogte aan van de brug, die kan afwijken van de waterkaart door bijvoorbeeld eb en vloed, droogte of regenval. Het is daarom belangrijk om altijd de borden te volgen en niet alleen op de waterkaart te vertrouwen.

Bereken

Brughoogtes berekenen Als je de hoogte van een brug niet kunt aflezen op de waterkaart of op borden, kun je de hoogte ook zelf berekenen met een formule. De formule is:

Brughoogte = Waterpeil + Vrije doorvaarthoogte - Diepgang - Masthoogte

Waterpeil is de hoogte van het wateroppervlak ten opzichte van een vast referentiepunt, zoals NAP (Normaal Amsterdams Peil) of LAT (Lowest Astronomical Tide). Waterpeil kun je aflezen op een peilschaal langs de vaarweg of op een website of app met actuele waterstanden.

Vrije doorvaarthoogte is de afstand tussen het wateroppervlak en de onderkant van de brug. Vrije doorvaarthoogte kun je aflezen op een hoogtemeter bij de brug of op de waterkaart.

Diepgang is de afstand tussen het wateroppervlak en het laagste punt van je schip. Diepgang kun je aflezen op een dieptemeter of op de specificaties van je schip.

Masthoogte is de afstand tussen het wateroppervlak en het hoogste punt van je schip. Masthoogte kun je aflezen op een hoogtemeter of op de specificaties van je schip.

Met deze formule kun je bepalen of je onder een brug door kunt varen of niet. Het is echter geen garantie dat je overal kunt varen, want de brughoogte kan snel veranderen door stroming, wind of andere factoren. Het is daarom verstandig om altijd goed op te letten en je vaargedrag aan te passen aan de omstandigheden.