Voorkomen van brand (veiligheid)

Taken en bijvullen van benzine

Benzine is een zeer brandbare vloeistof die gemakkelijk kan ontbranden door een vonk, een vlam of een hete oppervlakte. Daarom moet je bij het tanken en bijvullen van benzine de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:

  • Zet de motor en alle elektrische apparaten uit.
  • Sluit alle ramen, luiken en ventilatieopeningen om te voorkomen dat benzinedampen zich verspreiden.
  • Gebruik een aardingskabel om statische elektriciteit te voorkomen.
  • Vul de tank langzaam en voorzichtig om morsen te voorkomen.
  • Veeg gemorste benzine direct op met een doek en gooi deze in een afgesloten metalen bak.
  • Controleer na het tanken of de tankdop goed is afgesloten en er geen lekkage is.

Brandstofsysteem mag niet lek zijn

Een lek in het brandstofsysteem kan leiden tot brand of explosie als de brandstof in contact komt met een ontstekingsbron. Daarom moet je het brandstofsysteem regelmatig controleren op lekkage, slijtage, corrosie of beschadiging. Als je een lek ontdekt, moet je het zo snel mogelijk repareren of laten repareren door een deskundige. Je kunt het brandstofsysteem controleren door de volgende stappen te volgen:

  • Inspecteer de brandstofleidingen, slangen, koppelingen, filters, pompen en tanks op scheuren, barsten, lekkage of roest.
  • Draai de motor en kijk of er brandstof lekt uit het systeem.
  • Ruik of je een sterke benzine geur waarneemt in de boot, vooral in de motorruimte of de bilge (dit is het laagste punt op een schip onder de waterlijn waar de twee zijden van het schip samenkomen bij de kielbalk).
  • Gebruik een brandstof lek detector om eventuele lekkage op te sporen.
  • Vervang of repareer alle defecte onderdelen van het brandstofsysteem.

Ontluchting buiten de motor ruimte

Ontluchting buiten de motorruimte is een systeem dat zorgt voor de afvoer van hete lucht en gassen uit de motorruimte naar buiten. Ontluchting buiten de motor ruimte voorkomt dat de motor ruimte oververhit raakt of dat er een ophoping van brandbare of giftige gassen ontstaat. Om dit te garanderen, moet je de volgende stappen volgen:

  • Controleer of de ontluchtingsopeningen schoon, vrij en onbeschadigd zijn.
  • Zet de ontluchtingsventilator aan voordat je de motor start en laat hem draaien tot de motor is afgekoeld.
  • Sluit de ontluchtingsopeningen niet af met doeken, dekzeilen of andere voorwerpen.
  • Houd de motor ruimte zo schoon en opgeruimd mogelijk om de luchtstroom te bevorderen.
  • Laat de motor niet onnodig lang draaien of stationair draaien.

Locatie jerrycans reservebenzine

Jerrycans reservebenzine zijn containers die gebruikt worden om extra benzine mee te nemen aan boord van een boot. Jerrycans reservebenzine kunnen brand of explosie veroorzaken als ze lekken, oververhit raken of in contact komen met een ontstekingsbron. Om dit te voorkomen, moet je de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:

  • Bewaar jerrycans reservebenzine in een speciale opslagruimte die goed geventileerd, koel, droog en afgesloten is.
  • Zet jerrycans reservebenzine stevig vast om te voorkomen dat ze omvallen, schuiven of beschadigen.
  • Vul jerrycans reservebenzine niet te vol om ruimte te laten voor uitzetting door temperatuur veranderingen.
  • Gebruik jerrycans reservebenzine alleen om de tank bij te vullen en niet om de motor direct te voeden.
  • Verwijder jerrycans reservebenzine van de boot als je ze niet nodig hebt of als je de boot langere tijd onbeheerd achterlaat.

Poetsdoeken

Poetsdoeken die gebruikt zijn om olie, vet, verf of andere brandbare stoffen af te vegen, kunnen spontaan ontbranden als ze niet goed worden opgeborgen. Dit komt doordat de stoffen op de doeken kunnen reageren met zuurstof en warmte. Om dit te voorkomen, moet je de volgende stappen volgen:

  • Bewaar de poets doeken in een afgesloten metalen bak met een deksel.
  • Vul de bak met water of een brandwerend middel om de doeken te doordrenken.
  • Zet de bak op een koele en droge plaats, weg van warmte bronnen en ontstekingsbronnen.
  • Gooi de doeken zo snel mogelijk weg in een geschikte afvalcontainer.

Vonkvrije zaklamp

Een vonkvrije zaklamp is een speciaal soort zaklamp die geen vonken of elektrische ladingen produceert die brand of explosie kunnen veroorzaken. Een vonkvrije zaklamp is essentieel bij het werken in de motor ruimte, waar er een risico is op de aanwezigheid van brandbare of explosieve gassen, zoals benzine dampen, propaan of waterstof. Om veilig te werken in de motor ruimte, moet je de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:

  • Gebruik alleen een vonkvrije zaklamp die geschikt is voor gebruik in een explosiegevaarlijke omgeving.
  • Controleer of de vonkvrije zaklamp goed werkt en voldoende batterij heeft.
  • Zet de vonkvrije zaklamp aan voordat je de motor ruimte betreedt en zet hem uit als je de motor ruimte verlaat.
  • Houd de vonkvrije zaklamp in je hand of bevestig hem aan je lichaam of kleding.
  • Gooi de vonkvrije zaklamp niet op de grond of tegen metalen voorwerpen.

Veilige elektrische installatie

Droge uitlaat

Een droge uitlaat is een type uitlaat dat de uitlaatgassen van de motor afvoert zonder ze te mengen met koelwater. Een droge uitlaat kan warm worden als de motor lang draait of als de uitlaat verstopt of beschadigd is. Ook kan het brand veroorzaken als hij in contact komt met brandbare materialen, zoals hout, plastic of isolatie. Om dit te voorkomen, moet je de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:

  • Controleer de droge uitlaat regelmatig op verstopping, lekkage of beschadiging.
  • Reinig de droge uitlaat indien nodig om de ophoping van roet of koolstof te verwijderen.
  • Isoleer de droge uitlaat met een hittebestendig materiaal om de warmteoverdracht te verminderen.
  • Houd de droge uitlaat uit de buurt van brandbare materialen en zorg voor voldoende ventilatie en koeling.
  • Laat de motor niet onnodig lang draaien of stationair draaien.

Gasophoping onderin de boot

Gasophoping onderin de boot is een situatie waarbij er een ophoping van brandbare of giftige gassen ontstaat in de laagste delen van de boot, zoals de bilge, de kiel of de ballast tanks. Gasophoping onderin de boot kan ontstaan door lekkage, verdamping, ontbinding of chemische reactie van verschillende stoffen, zoals benzine, diesel, propaan, butaan, waterstof, methaan, koolmonoxide of zwavelwaterstof. Gasophoping onderin de boot kan brand of explosie veroorzaken als het gas in contact komt met een ontstekingsbron of als het gas de zuurstof verdringt. Om dit te voorkomen, moet je de volgende stappen volgen:

  • Controleer de boot regelmatig op lekkage, verdamping, ontbinding of chemische reactie van brandbare of giftige stoffen.
  • Gebruik een gas detector om de aanwezigheid en de concentratie van brandbare of giftige gassen te meten.
  • Ventileer de boot goed om de gassen te verdrijven en de lucht te verversen.
  • Gebruik geen ontstekingsbronnen, zoals vuur, vonken of elektriciteit, in de buurt van de gasophoping.
  • Draag een gasmasker of een ademhalingsapparaat als je de gasophoping moet betreden of verwijderen.

Locatie warmte bronnen

Warmte bronnen zijn objecten of apparaten die warmte produceren of afgeven, zoals een kooktoestel, een kachel, een boiler, een motor, een uitlaat, een lamp of een sigaret. Ze kunnen brand veroorzaken als ze in contact komen met brandbare materialen, zoals hout, papier, textiel, plastic of benzine. Om dit te voorkomen, moet je de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:

  • Houd warmte bronnen uit de buurt van brandbare materialen en zorg voor voldoende ventilatie en koeling.
  • Gebruik warmte bronnen alleen als het nodig is en zet ze uit als je ze niet gebruikt.
  • Plaats een brandblusser of een blusdeken in de buurt van warmte bronnen en weet hoe je ze moet gebruiken.
  • Rook niet aan boord van de boot of doe het alleen in een aangewezen rookruimte met een asbak.
  • Wees voorzichtig met open vuur, zoals kaarsen, lucifers of aanstekers, en doof ze volledig na gebruik.

Test je kennis