Veiligheid gas systeem

Gas is een handige en veelgebruikte energiebron aan boord van schepen, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Een gaslek, een slechte verbranding of een onjuiste installatie kan leiden tot brand, explosie of koolmonoxidevergiftiging. Daarom is het belangrijk om te weten hoe je gas veilig kunt gebruiken, opbergen en installeren aan boord.

Gas gebruiken

Als je gas gebruikt aan boord, moet je rekening houden met de volgende punten:

  • Controleer regelmatig of er geen gaslekkage is. Dit kun je doen door een gasmelder te installeren, door een zeepsopje op de leidingen en koppelingen te spuiten of door een manometer te gebruiken.
  • Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waar je gas gebruikt. Open een raam, een luik of een deur en zorg dat er geen obstakels zijn die de luchtstroom belemmeren.
  • Sluit de gaskraan altijd af als je het gas niet gebruikt, bijvoorbeeld als je het schip verlaat of gaat slapen.
  • Gebruik alleen apparaten die geschikt zijn voor gas aan boord, zoals een kooktoestel, een koelkast of een verwarming. Deze apparaten moeten voorzien zijn van een CE-markering en een vlambeveiliging, die de gastoevoer afsluit als de vlam uitgaat.
  • Plaats de apparaten op een stabiele en hittebestendige ondergrond en houd voldoende afstand tot brandbare materialen, zoals gordijnen, kussens of kleding.
  • Steek de apparaten aan met een lange aansteker of lucifer en houd je gezicht op een veilige afstand.
  • Laat de apparaten nooit onbeheerd aan staan en houd kinderen en huisdieren uit de buurt.

Gas opbergen

Als je gas opbergt aan boord, moet je rekening houden met de volgende punten:

  • Bewaar de gasflessen in een speciale gasbun, die waterdicht, gasdicht en brandwerend is. De gasbun moet een afvoer hebben naar buiten, zodat eventueel lekkend gas kan ontsnappen. De gasbun moet ook goed geventileerd zijn en afgesloten kunnen worden met een slot.
  • Gebruik alleen gasflessen die geschikt zijn voor gas aan boord, zoals propaan of butaan. Deze gasflessen moeten voorzien zijn van een keurmerk en een datumstempel, die aangeven wanneer de fles gecontroleerd en gevuld is.
  • Sluit de gasflessen altijd aan met een goedgekeurde drukregelaar en een gasslang, die niet ouder zijn dan vier jaar. De gasslang moet soepel en onbeschadigd zijn en goed vastzitten met slangklemmen.
  • Bewaar geen reserveflessen in de gasbun, maar op een veilige plaats aan de wal of in een speciale opbergkast aan boord. Zorg dat de reserveflessen niet kunnen omvallen of beschadigen en dat ze niet blootstaan aan hitte, vocht of zonlicht.
  • Vervoer de gasflessen altijd rechtop en zet ze vast met spanbanden of touwen. Draag de gasflessen nooit aan de kraan, maar aan het handvat of de hals.

Gas installeren

Als je gas installeert aan boord, moet je rekening houden met de volgende punten:

  • Laat de gasinstallatie aanleggen door een erkend installateur, die beschikt over het Certificaat Gastechniek. Deze installateur kan de gasinstallatie volgens de geldende normen en voorschriften uitvoeren en controleren.
  • Volg de instructies van de fabrikant op bij het plaatsen en aansluiten van de apparaten. Zorg dat de apparaten goed bereikbaar en afstelbaar zijn en dat ze een duidelijke gebruiksaanwijzing hebben.
  • Gebruik alleen leidingen en koppelingen die geschikt zijn voor gas aan boord, zoals koperen leidingen en messing koppelingen. Deze leidingen en koppelingen moeten goed bevestigd en ondersteund worden en geen scherpe bochten of knikken hebben.
  • Zorg voor een afsluiter bij elke gasfles en bij elk apparaat, zodat je het gas snel kunt afsluiten in geval van nood. Plaats ook een hoofdafsluiter in de buurt van de stuurstand, zodat je het gas vanaf daar kunt bedienen.
  • Laat de gasinstallatie elke drie jaar keuren door een erkend installateur, die een keuringsrapport en een keuringssticker kan afgeven. Bewaar deze documenten aan boord en laat ze zien als daarom wordt gevraagd.

Test je kennis

Je vragen worden geladen....