Reddingsboeien

Een reddingsboei is een drijvend hulpmiddel dat gebruikt wordt om een drenkeling te redden of te ondersteunen in het water. Een reddingsboei moet voldoen aan bepaalde eisen om effectief en veilig te zijn. In dit hoofdstuk leer je meer over de soorten, het gebruik en de verplichtingen van reddingsboeien.

Soorten reddingsboeien

Er zijn verschillende soorten reddingsboeien, die elk een eigen vorm, kleur, drijfvermogen en functie hebben. De meest voorkomende soorten zijn:

Reddingsklossen: Dit zijn ronde of ovale reddingsboeien die gemaakt zijn van kurk of kunststof. Ze hebben een drijfvermogen van minimaal 14,5 kg en een diameter van minimaal 60 cm. Ze zijn oranje of geel van kleur en hebben een reflecterende band. Ze worden gebruikt om een drenkeling te markeren of te ondersteunen. Ze zijn voorzien van een werplijn van minimaal 30 meter lang en 8 mm dik, die aan de boot vastgemaakt kan worden. Ze moeten binnen handbereik van de stuurman opgehangen worden.

Reddingsboeien met licht: Dit zijn reddingsklossen die uitgerust zijn met een automatisch waterdicht licht dat minimaal 2 uur brandt. Het licht heeft een sterkte van minimaal 2 candela en een zichtbaarheid van minimaal 2 zeemijl. Het licht wordt geactiveerd door een kwikschakelaar of een trekschakelaar. Deze reddingsboeien worden gebruikt om een drenkeling in het donker te lokaliseren en te ondersteunen. Ze moeten binnen handbereik van de stuurman opgehangen worden.

Reddingsboeien met rooksignaal: Dit zijn reddingsklossen die uitgerust zijn met een automatisch waterdicht rooksignaal dat minimaal 15 minuten rookt. Het rooksignaal heeft een oranje kleur en een zichtbaarheid van minimaal 3 zeemijl. Het rooksignaal wordt geactiveerd door een trekschakelaar. Deze reddingsboeien worden gebruikt om een drenkeling overdag te lokaliseren en te ondersteunen. Ze moeten binnen handbereik van de stuurman opgehangen worden.

Reddingsvesten: Dit zijn persoonlijke reddingsmiddelen die gedragen worden door de opvarenden. Ze hebben een drijfvermogen van minimaal 100 Newton (N) en zijn oranje of geel van kleur. Ze hebben een reflecterende band en een fluitje. Ze kunnen vast of opblaasbaar zijn. Vaste reddingsvesten hebben een permanent drijflichaam, terwijl opblaasbare reddingsvesten een mechanisme hebben dat ze automatisch of handmatig opblaast. Opblaasbare reddingsvesten hebben een hoger drijfvermogen (150 N of 275 N) en zijn comfortabeler om te dragen, maar ze vereisen ook meer onderhoud en controle. Reddingsvesten moeten passen bij de lichaamsbouw en het gewicht van de drager. Ze moeten de drager op de rug draaien en het hoofd boven water houden. Ze moeten gemakkelijk aan en uit te trekken zijn.

Reddingslijn

Een lijn die aan een reddingsboei zit, wordt ook wel een reddingslijn genoemd. Het doel van een reddingslijn is om de reddingsboei te verbinden met het schip, zodat de drenkeling niet weg kan drijven of onder water kan verdwijnen. Een reddingslijn moet lang genoeg zijn om de reddingsboei ver genoeg te kunnen gooien, maar niet te lang om in de knoop te raken of in de schroef te komen. Een reddingslijn moet ook drijven, zodat hij zichtbaar blijft op het wateroppervlak

Het gebruik van een reddingsboei met een reddingslijn gaat als volgt:

  • Als je iemand overboord ziet vallen, roep dan “man overboord” en wijs naar de drenkeling. Zorg dat iemand de drenkeling blijft aanwijzen, zodat je hem niet uit het oog verliest.
  • Gooi de reddingsboei zo dicht mogelijk bij de drenkeling, maar niet op zijn hoofd. Houd de reddingslijn goed vast, en zorg dat hij niet in de weg ligt of ergens achter blijft haken.
  • Probeer de reddingsboei naar de drenkeling toe te trekken, of laat de drenkeling naar de reddingsboei toe zwemmen. Laat de drenkeling de reddingsboei vastpakken, en trek hem voorzichtig naar het schip toe.
  • Help de drenkeling aan boord te komen, bijvoorbeeld met een zwemtrap, een touwladder, of een hijsmiddel. Controleer de toestand van de drenkeling, en verleen zo nodig eerste hulp.