Aanleggen

Om veilig aan te leggen is het belangrijk de juiste lijnen in de goede volgorde vast te maken. Dit is afhankelijk van de wind, de stroming en de plek waar je wilt aanleggen.

Begrippen

  • Landvast: een lijn die gebruikt wordt om een schip vast te leggen.
  • Voortros: landvast van voorkant schip naar voren.
  • Voorspring: landvast van voorkant schip naar achteren.
  • Achtertros: landvast van achterkant schip naar achteren.
  • Achterspring: landvast van achterkant schip naar voren.
  • Middenbolderspring: landvast van het midden van het schip naar achteren of naar voren.
  • Hogerwal: de wal waar de wind vandaan komt.
  • Lagerwal: de wal waar de wind naartoe waait.
  • Loefzijde: de zijde van het schip waar de wind tegenaan waait.
  • Lijzijde: de zijde van het schip waar de wind vanaf waait.
  • Verlijeren: je door de wind mee laten drijven naar de lijzijde.
  • Bolder (kikker): bevestigingspunt, gemaakt om er gemakkelijk een lijn (touw) aan vast te kunnen maken, achter op de achterbolder, voor op de kopbolder.

Situatie Eerst vastmaken

Wind of stroom van voren

Voortros

Wind of stroom van achteren

Achtertros

Wind of stroom richting de kade

Voorspring

Wind of stroom van de kade af

Achterspring

Box

Voorspring

Wind of stroom van voren

Bij stroom of wind van voren is het belangrijk dat je de voorkant van het schip (de boeg) als eerst vastlegt met behulp van de voortros. Als de boot van voren eenmaal goed vastzit, duwt de wind en/of stroom de boot naar achteren waardoor de voortros vanzelf onder spanning komt te staan.

Je nadert de ligplaats tegen de stroom in. Ter hoogte van de ligplaats geef je minder gas op de motor waardoor je ten opzichte van de wal stil komt te liggen, dit heet 'doodvaren'. Dat betekent dat je net zo snel vaart als het water tegenstroomt. Dan vaar je langzaam naar de wal toe en maak je als eerste de voortros vast aan de wal. Als je vervolgens de motor uitzet wordt het achtersteven van de boot door wind of stroom vanzelf tegen de wal gedrukt. Vervolgens maak je ook de andere lijnen vast.

Wind of stroom van achteren

Met stroom of wind van achteren maak je eerst de achterkant van het schip vast met behulp van de achtertros. Als de boot van achteren eenmaal goed vastzit, kan er niets meer gebeuren, want de wind of stroom duwt de boot naar voren. De achtertros staat meteen strak.

Wind of stroom richting de kade

Hogerwal

Aanleggen aan hogerwal is altijd lastig. Wat je ook doet, je wordt altijd van de kant weggeblazen. Met een enigszins robuust schip met bolle boeg kun je het best als volgt te werk gaan. Je vaart onder een hoek van circa 45° naar de kade toe en brengt eerst een voorspring uit. Als de spring goed vastzit, zet je de motor in z’n vooruit en stuur je met kracht de boeg van de wal af. Het achterschip zal door de roerdruk langzaam naar de wal draaien. Zorg ervoor dat de voorspring goed vastzit aan de boot en niet wordt vastgehouden, want er komt veel kracht op te staan. Zodra de boot met de motor in werking eenmaal aan de kade ligt kunnen de andere lijnen worden vastgemaakt.

Een box

Het invaren van een box met vingerpieren (dwarssteigers) of achterpalen kan heel lastig zijn. Ook hierbij maak je weer gebruik van een voorspring. Om dit te kunnen doen, moet je in een krappe ruimte een haakse bocht maken. Om die draai te vergemakkelijken, maak je gebruik van de voorspring. Je medebemanningslid gaat naar voren en legt de voorspring om de achterpaal of bolder van de vingerpier. Jij vaart langzaam de box in en maakt de overige lijnen vast. Tegenwoordig wordt ook veel gebruikgemaakt van ‘aanleggen op middenbolderspring’. Dit werkt perfect bij een ‘gemiddeld’ motorjacht (7 tot 14 meter). Je neemt een relatief korte lijn met een lus aan het uiteinde. Je belegt het vrije uiteinde op de middenbolder en legt de lus om de bolder op de wal of steiger. Dan geef je gas vooruit, waardoor de lijn (landvast) een spring wordt, en je stuurt van de wal af waardoor de achterkant van het schip tegen de wal geduwd wordt. Het midden van het schip ligt nu stevig tegen de wal, net als de achterkant. Vervolgens kun je nu de overige lijnen vastmaken. Deze manier van aanleggen is onder bijna alle omstandigheden mogelijk en is handig voor iemand die alleen vaart.


8 maanden, 4 weken
1 maand