Wegvaren
Een schip dat zijn ligplaats verlaat, mag dat alleen doen nadat de schipper zich ervan heeft vergewist dat dit zonder gevaar kan gebeuren. Als er stroom of wind is, vaar je (als dat kan altijd) tegen de stroom of wind af. Er zijn 5 verschillende situaties waarin je kunt wegvaren:
Bereid het wegvaren voor
Bekijk eerst wind, stroming, verkeer en de ruimte rond de boot. Spreek met de bemanning af welke lijnen blijven staan, wie ze losmaakt en welk duidelijk teken aangeeft dat een lijn vrij is. Leg de lijnen klaar, zet de stootwillen op de juiste plek en zorg dat niemand een lijn in de schroef kan laten komen.
| Situatie | Wegvaren | Opmerking |
|---|---|---|
|
Geen stroom of wind |
Vooruit |
|
|
Wind en/of stroom van voren |
Vooruit |
Tegen de wind of stroom in |
|
Wind en/of stroom van achter |
Achteruit |
Tegen de wind of stroom in |
|
Hogerwal |
Vooruit |
|
|
Lagerwal |
Achteruit |
Wind of stroom van voren
Bij wind of stroom van voren staat er alleen spanning op de voortros en de achterspring, want de boot wordt door de stroom of wind naar achteren geduwd. De slaphangende lijnen (voorspring en achtertros) kun je in dit geval gerust losmaken, want ze doen toch niets. De boot zit dan nog vast met twee lijnen, de voortros en de achterspring.
Voor je gaat wegvaren, start je de motor. Je laat hem zachtjes vooruit draaien en daardoor wordt de spanning op de twee nog vastzittende lijnen minder. Dan maak je de voortros los en laat je de stroom of wind tussen wal en boot komen. Je komt dan los van de wal. Vervolgens geef je wat meer gas en haal je als laatste de achterspring binnen.
Wind of stroom van achteren
Bij wind of stroom van achteren staat er alleen spanning op de achtertros en de voorspring, want de boot wordt door de stroom of wind naar voren geduwd. De slaphangende lijnen (achterspring en voortros) kun je in dit geval gerust losmaken, want ze doen toch niets. De boot zit dan nog vast met twee lijnen, de achtertros en de voorspring.
Voor je gaat wegvaren, start je de motor. Je laat hem zachtjes achteruit draaien en daardoor wordt de spanning op de twee nog vastzittende lijnen minder. Dan maak je de achtertros los en laat je de stroom of wind tussen wal en boot komen. Je komt dan los van de wal. Vervolgens geef je wat meer gas en haal je als laatste de voorspring binnen.
Hogerwal
Wegvaren van hogerwal is verreweg het makkelijkst, je kunt alle lijnen tegelijk los gooien en je door de wind en stroming van de kant laten drijven. Als er genoeg afstand is met de wal kun je voor- of achteruit wegvaren.
Lagerwal
Zeker bij veel wind is wegvaren van lagerwal een probleem (‘aan lagerwal zitten’ betekent niet voor niets ‘in de problemen zitten’). Vooruit wegvaren kan niet omdat de kop van het schip dan steeds tegen de wal aan geblazen wordt. Daarom moet je achteruit wegvaren om het schip los te trekken van de wal.
Afvaren met een spring
Als je niet eenvoudig recht van de wal kunt wegvaren, kan een geschikte spring helpen om eerst één uiteinde van de boot vrij te draaien. Houd de spring tijdelijk vast terwijl de andere landvasten volgens je plan worden losgemaakt. Met een kleine, beheerste stuwkracht kan de boot om het aangrijpingspunt van de lijn draaien. Welke spring en welke richting je gebruikt, hangt af van de boot, de wal en de wind of stroming. Zodra er voldoende ruimte is, schakel je naar neutraal, neem je de spring binnen en vaar je pas weg als de lijn vrij van de schroef is.
Laat de lijn nooit met de hand tegen de kracht van de motor houden. Gebruik een geschikt bevestigingspunt en maak vooraf duidelijk wie de lijn bedient en wanneer de schipper de motor in neutraal zet.