Voortstuwing voor boten vaarbewijs theorie

Keerkoppeling

Een motor met keerkoppeling maakt altijd gebruik van een schroefas om de schroef aan te drijven. Met een keerkoppeling kun je de schroef voor- of achteruit laten draaien. De keerkoppeling zit direct aan de motor vast. De meeste koppelingen hebben een zogeheten stuwdruklager om de krachten bij het voor- en achteruitvaren op te vangen. Om een gunstig schroeftoerental te krijgen ten opzichte van de snelheid van de motor, wordt er gebruik gemaakt van een reductiekast. In een keerkoppeling zitten een hoop bewegende delen, die onderhoud nodig hebben om goed te blijven werken. Tussen motor en keerkoppeling zit een meeneemplaat. Deze heeft zware veren om de piek belastingen op te vangen bij het schakelen.

De schroefas

De schroefas verbindt de motor met de schroef. Hij gaat dus van binnen in de boot naar buiten. Hij draait in een waterdichte behuizing, deze schroefaskoker zit vast aan de romp. Meestal wordt daarbij gebruik gemaakt van een binnen en buitenlager.

De schroef

Uiteindelijk gaat het erom dat door de motor en de schroefas een schroef wordt aangedreven. Die zorgt er immers voor de boot voor en achteruit kan varen. Tijdens het varen kan het gebeuren dat de schroef iets hard kan raken, bijvoorbeeld een stuk hout of een touw. Ook kunnen er dingen in de schroef verstrikt raken, zoals een touw of een visnet. Dit kun je merken doordat de boot/schroef gaat trillen omdat de schroef uit balans is, ook is de weerstand van de schroef groter wat slecht kan zijn voor de motor. Als je dit merkt, moet je de motor direct uitzetten en de schroef controleren.

Veel motoren hebben een bescherming een zogeheten breekpen of slipslof. Deze zorgen ervoor dat als iets hards de schroef raakt de schroefas stopt met draaien waardoor hij niet verder stuk kan gaan.

Test je kennis

Je vragen worden geladen....