Waterkaart lezen
Schaal van de kaart
Een kaart is een verkleinde weergave van de werkelijkheid. De verkleining is af te lezen aan de schaal. Hoe kleiner de schaal, hoe groter het gebied dat de kaart afbeeldt en dus ook hoe minder details er op de kaart kunnen staan. Op een digitale kaart kan je vaak in- en uitzoomen, daarmee vergroot, of verklein je dus de schaal. Een schaal van 1:60.000 betekent dat 1 cm op de kaart 60.000 cm is, oftewel 600 meter. Een afstand van 2,5 cm op de kaart is dan in werkelijkheid 1500 meter. Op een papieren kaart vindt je voor het afmeten van afstanden een afstandsschaal in de marge van de kaart.
Op een waterkaart kan je ook de afstanden aflezen met een kaartpasser aan de hand van afstanden in zeemijlen in de staande rand van een kaart. Hierover leer je meer in het Klein Vaarbewijs II.
Dieptes en brughoogtes
Op een (digitale) waterkaart kan je de diepte van het vaarwater en de doorvaarhoogte, breedte en lengte van sluizen en bruggen aflezen. Deze worden aangegeven ten opzichte van het kanaalpeil (KP). Het KP is de streefhoogte van het water ten opzichte van het Normaal Amsterdam Peil (NAP). Het NAP is de gemiddelde waterstand van de Noordzee en wordt gebruikt om verschillende hoogtes in Nederland met elkaar te vergelijken.
Als je bijvoorbeeld vanaf de Kagerplassen via de Zijl richting het centrum van Leiden vaart, kom je de Zijlbrug tegen. Op de kaart lees je dat de doorvaarhoogte van deze brug 4,9 meter is en de breedte 10,5 meter. Daarnaast staat er aangegeven dat het hier om een beweegbare brug gaat en dat er contact kan worden opgenomen voor de bediening van de brug met marifoonkanaal 22. De hoogte die is aangegeven is de brug in gesloten (horizontale) stand. Soms staat er ook een hoogte bij een beweegbare brug in geheven stand.
Dieptes en brughoogtes zijn afhankelijk van de werkelijke waterstand. Zoals hierboven beschreven is het kanaalpeil een streefpeil en dus niet altijd de werkelijkheid. Onder invloed van getijden, neerslag en de seizoenen kan de werkelijke waterstand boven of onder het KP komen waardoor je dus soms niet onder een brug door kan varen waar je normaal gesproken wel onderdoor kan. Hoe je de doorvaarhoogtes van bruggen en diepte van vaarwateren berekent leggen we uit op de pagina waterstanden.
Codes in waterkaart
Waterkaarten van de ANWB maken gebruik van codes en de afmetingen worden in decimeters gegeven. Brillensluis - Geh. H60 D24 W57 L325 betekent bijvoorbeeld dat er een beweegbare brug over de sluis ligt dat in geheven stand 60dm hoog is, de sluis 24dm diep (D) is, 57dm wijd (W) en 325dm lang (L) is.