BPR - identificatie en herkenning

Net als bij auto's moeten ook bij boten soms de eigenaar gevonden kunnen worden. Dus moet bekent zijn welk schip bij welke eigenaar hoort

Indentificatie plicht

Kleine schepen

Volgens het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) moeten kleine schepen de naam van het schip, de woonplaats en de naam van de eigenaar op een duidelijke plaats aanbrengen. De naam moet ten minste 20 cm hoog zijn en de overige aanduidingen ten minste 15 cm. De letters en cijfers moeten in een lichte kleur op een donkere ondergrond of in een donkere kleur op een lichte ondergrond zijn aangebracht.

Sommige kleine schepen moeten ook een registratieteken hebben. Dit geldt voor snelle boten, die met een snelheid van meer dan 20 km per uur kunnen varen, en voor pleziervaartuigen die langer zijn dan 15 m of die bedrijfsmatig worden gebruikt. Het registratieteken bestaat uit vier letters en vier cijfers, bijvoorbeeld YZAB-1234. Het registratieteken moet op beide zijden van het schip worden aangebracht, in zwarte letters en cijfers van ten minste 15 cm hoog op een witte achtergrond.

Grote schepen

Naam, thuishaven en land van herkomst

Volgens het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) moeten grote schepen de naam van het schip, de thuishaven en de lettercombinatie van het land van herkomst op een duidelijke plaats aanbrengen. De naam moet ten minste 30 cm hoog zijn en de overige aanduidingen ten minste 20 cm. De letters en cijfers moeten in een lichte kleur op een donkere ondergrond of in een donkere kleur op een lichte ondergrond zijn aangebracht.

Europees Nummer voor Identificatie (ENI)

Een Europees Nummer voor Identificatie (ENI) is een uniek nummer dat wordt toegekend aan een groot schip dat op de Europese binnenwateren vaart. Het ENI bestaat uit acht cijfers, bijvoorbeeld 02345678. Het ENI moet op beide zijden van het schip worden aangebracht, in zwarte cijfers van ten minste 20 cm hoog op een witte achtergrond.

Inzinkingsmerk

Een inzinkingsmerk is een merkteken dat aangeeft hoe diep een schip in het water ligt. Het inzinkingsmerk bestaat uit een horizontale lijn met daaronder een verticale lijn. De horizontale lijn geeft de maximum toegestane diepgang aan. De verticale lijn geeft de plaats aan waar de diepgang moet worden gemeten. Het inzinkingsmerk moet op beide zijden van het schip worden aangebracht, ter hoogte van de voor- en achtersteven.

Herkenningstekens

Grote schepen moeten ook gebruik maken van herkenningsmiddelen om de aard, de activiteit, de positie of de bestemming van het schip aan te geven. Dit kunnen zijn: vlaggen, lichten, borden, kegels, cilinders en bollen. De vormen, kleuren, afmetingen en plaatsing van de herkenningsmiddelen zijn vastgelegd in het BPR. De herkenningsmiddelen moeten worden gebruikt in verschillende situaties, zoals bij het varen, het stilliggen, het ankeren, het slepen, het duwen of het vissen.