De binnenvaartwet

De binnenvaartwet met de bijbehorende Binnenvaartbesluiten, de Binnenvaartregeling en de daarbij behorende invoeringswet zijn per 1 julie 2009 van kracht geworden. De binnenvaarwet is rechtstreeks gekoppeld aan de europese richtlijn voor de binnenvaart.

Doel

De binnenvaartwet heeft als doel om de veiligheid, de milieubescherming, de ordening en de bevordering van de binnenvaart te waarborgen. De wet regelt onder andere:

  • De eisen waaraan binnenschepen moeten voldoen op het gebied van constructie, uitrusting, bemanning en certificering.
  • De rechten en plichten van de schipper, de bemanning, de eigenaar en de vervoerder van een binnenschip.
  • De bevoegdheden en taken van de toezichthouders, zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de politie en de havenmeesters.
  • De handhaving en sanctionering bij overtredingen van de wet of de daarop gebaseerde regels.

Vaarbewijzen

Alle regels in deze wed gaan over de vaarbewijsplicht en de technische eisen voor schepen op de Nederlandse binnenwateren. Naast het al langer bestaande Klein vaarbewijs en het Groot vaarbewijs zijn er nog drie nieuwe vaarbewijzen bijgekomen:

  • Beperkt groot vaarbewijs voor rivieren, kanalen en meren
  • Beperkt groot vaarbewijs voor alle binnenwateren
  • Groot pleziervaartbewijs

Groot vaarbewijs

Een groot vaarbewijs is verplicht voor:

  • Alle schepen van 40 meter of langer
  • Sleeep en duwboten en alle andere schepen langer dan 20 meter die andere schepen met een lengte van 20 meter of meer slepen, duwen of langszij mee voeren.
  • Passagiesschepen, die bedrijgsmatig meer dan 12 passagiers (mogen) vervoeren

Beperkt groot vaarbewijs

Een beperkt groot vaarbewijs is verplicht voor:

  • Schepen met een lengte van 20 tot 40 meter die gebruikt worden voor bedrijfsmatig vervier en sleen en duwboten in lengte.
  • Pleziervaartuigen met een lengte van 15 tot 40 meter (maar mag ook met Groote pleziervaartbewijs)

Klein vaarbewijs

Een klein vaarbewijs is verplicht voor:

  • Pleziervaartuigen die sneller kan varen dan 20 km/h.
  • Pleziervaartuigen met een lengte van 15 tot 25 meter.
  • Pleziervaartuigen die bedrijfsmatig worden gebruikt en een lengte hebben van 15 tot 20 meter.

Definities

Er zijn een aantal definities uit de Binnenvaartwet en het Binnenvaartbesluit die belangrijk zijn om te weten.

Bedrijfsmatig vervoer

  1. Vervoer bij de uitoefening van een beroep of bedrijf.
  2. Vervoer van goederen, uitsluitend bestemd voor of afkomstig van de eigen onderneming.
  3. Slepen en duwen van schepen met sleep of duwboten.

Binnenschip

  1. Vaartuig dat is bestemd voor de vaart op de binnenwateren van Nederland of een ander land.
  2. Drijvend Werktuig

Binnenwateren

Wateren die in Nederland liggen binnen en door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bepaalde zijn als binnenwateren.

Duwboot

Schip bedoeld voor of gebruikt bij het duwen van een of meer schepen. Niet bedoeld voor het zelfstandig vervoeren van goederen (dit is anders dan de definitie in het BPR).

Passagiersschip

Schip maar geen veerboot of veerpont, bedoeld voor het bedrijfsmatig vervoeren van meer dan 12 mensen exclusief de bemanning (dit is anders dan de definitie in het BPR)..

Pleziervaartuig

Schip bedoeld voor het gebruik van sport of vrijetijdsbesteding.

Sleepboot

Schip bedoeld voor of gebruikt bij het slepen van een of meer schepen en niet het zelfstandig vervoeren van goederen (dit is anders dan de definitie in het BPR)..

Test je kennis

Je vragen worden geladen....