BPR - overige vaarregels

Een schip mag een ander schip alleen voorbijlopen als het zeker is dat dit zonder gevaar kan gebeuren. Een groot schip dat wordt opgelopen door een ander groot schip en elke klein schip dat wordt opgelopen, moet het voorbijlopen, voor zover nodig en mogelijk, gemakkelijk maken. Het moet snelheid verminderen, indien dit nodig is om het voorbijlopen zonder gevaar en in zo kort mogelijke tijd te laten verlopen zonder dat de andere scheepvaart daar last van heeft.

Grote schepen mogen niet zo manoeuvre dat kleine schepen daar door in de problemen kunnen komen. Dan zijn er nog een aantal regels die niet bij een andere bepaalde categorie horen:

  1. Een schip mag alleen op gelijke hoogte komen met een ander schip als het zeker is dat dit zonder gevaar kan gebeuren en geen hinder vormt voor de andere scheepvaart.
  2. Alleen bij oplopende en passeren op tegengestelde koersen mag een schip op kortere afstand komen dan 50 meters van een kegelschip (een schip met een gevaarlijke lading).
  3. Een schip moet zo mogelijk een afstand van 1000 meter houden van een schip dat bezig is met het opruimen van mijnen.
  4. Zonder toestemming mag een schip niet langszij komen van of vastmaken een varen schip of varend of drijvend voorwerp.
  5. Het is niet toegestaan een anker, kabel of ketting voort slepen tenzij dit onderdeel is van een manoeuvre. Denk aan waterskiën of ankeren.
  6. Een schip mag niet met de stroom mee drijven zonder enige vorm van voortstuwing.

Het "blijf weg" sein

Hinderlijke golfslag

Het BPR legt er op meerdere plukken exta nadruk op: veroorzaak geen hinderlijke golfslag. Ook als dat niet specifiek wordt aangegeven met borden, lichten of andere seinen.

Veerponten

Bruggen

Sluizen

Ligplaats nemen

Snelle motorboten

Waterskiën

Watersport zonder schip

Drukke doorgaande vaarwegen

Samenvatting